Huizenonderzoek
Wie zou niet wat willen weten over de bewoners van zijn huis of het huis waar hij in woont? Via huizenonderzoek kan men informatie achterhalen van de geschiedenis van een gebouw, haar eigenaren en haar bewoners. Het Gemeentearchief Kampen beschikt over een groot aantal bronnen die voor dit onderzoek gebruikt kunnen worden.
Voor een uitgebreide methodiek verwijzen wij u naar de handleiding van Kees van der Wiel: "Op zoek naar huis, straat, buurt. Handleiding voor historisch huizenonderzoek (Hilversum, 2000), op onze studiezaal in te zien.
Van 1812-1831 zijn eigenaren te vinden in de Registers van aangifte van de overgang van vaste goederen. In de bibliotheek is een toegang op deze registers met een koppeling naar de kadasternummers uit 1832. In de studiezaal is een toegang op namen van de verkopers en kopers.
Vanaf 1832 werden in de kadastrale boekhouding de opeenvolgende eigenaren van een huis geregistreerd, te beginnen met de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT). In dit register, waar het de situatie van 1832 betreft, zijn de namen met artikelnummers van de eigenaren te vinden. Met behulp van het artikelnummer kunnen de opeenvolgende eigenaren gevonden worden. Voor het gemak zijn de eerste leggers uit 1832 nog alfabetisch geordend. Vanaf 1863 zijn de eigenaren te vinden in de serie kadastrale leggers der grondeigenaren. Als extra leidraad heeft u vanaf 1844 het Register 71, met daarin de verwijzing van kadasternummer van het perceel naar de artikelnummers van de opeenvolgende eigenaren. Via deze artikelnummers kunt u de gegevens over die eigenaren opzoeken in de kadastrale leggers.
Een andere bron van informatie over eigenaren van een huis zijn de notariële archieven uit de periode 1811-1925 van Kampen. Deze zijn niet openbaar voor wat betreft de jaren jonger dan 75 jaar en stukken betreffende nog levende personen om privacy-redenen. Er is een index gemaakt op de notariële akten van 1811-1895 op persoonsnaam, straatnaam, veldnaam, etc. Voor de overige akten moet u de repertoria (=indexen) van alle notarissen raadplegen. Afhankelijk van de tijdsperiode gaat het om één of meer notarissen. De gevonden koopakte verwijst weer naar de vorige eigenaar. Notarissen waren vanaf 1838 wettelijk verplicht om in elke eigendomsakte de naam van de vorige eigenaar te vermelden en het kadasternummer van het perceel. Vóór 1838 hielden Nederlandse notarissen zich daar niet altijd aan. Van IJsselmuiden zijn er notariële akten aanwezig over de periode 1811-1823 van notaris H.R. Verhaagen. Er wordt door vrijwilligers gewerkt om daar ook indexen op te maken. Verder kunt u zelf op de terminals in de stille studiezaal in het computersysteem Atlantis zoeken wat o.a. voor het toegankelijk maken van deze archieven gebruikt wordt.
Het is niet altijd aannemelijk dat de eigenaren ook bewoners van een huis waren. Er zijn verschillende bronnen om na te gaan wie de bewoners waren. In oude adresboeken kunt u vaak vinden of de eigenaar het huis zelf bewoonde of verhuurde.
Ook het bevolkingsregister is een veel geraadpleegde bron. De wettelijke verplichting tot het bijhouden hiervan dateert uit 1849. Hierin kunt u informatie vinden over de bewoners van het pand, zoals naam, beroep, leeftijd/geboortejaar, geboorteplaats en godsdienst. De bevolkingsregisters zijn alfabetisch op achternaam te raadplegen. Voor Kampen zijn ze aanwezig over de periode 1840-1909, voor IJsselmuiden en haar kernen bestrijkt de periode met name de jaren 1830-1937, met vermelding van het oudste register van ingezetenen van Grafhorst uit 1798.
Uit de periode vóór 1849 zijn er volkstellingregisters. Deze tellingen werden landelijk gehouden, aanvankelijk incidenteel, vanaf 1828 om elke tien jaar.
Bij het Gemeentearchief zijn verder nog bevolkingskaarten (gezinskaarten) over de periode 1909-1936 uit Kampen. Deze kaarten kunnen alfabetisch op naam van het gezinshoofd geraadpleegd worden. Ook zijn er van Kampen toegangen op echtgenotes en inwonend personeel. Van Zalk en Veecaten zijn er bevolkingskaarten en dienstbodenkaarten van de jaren 1923-1935.
Dan zijn er nog de huizenregisters, waar diverse gegevens over de hoofdbewoner van elk pand vermeld staat.
De meeste steden en dorpen hanteerden in de 19e eeuw een systeem van doorlopende wijknummering. Kampen was verdeeld in vier wijken. In 1889 werd dit systeem in Kampen vervangen door straatnummering met even en oneven zijden.
Behalve het onderzoek naar eigenaren en bewoners kunt u de geschiedenis van uw huis als gebouw onderzoeken. Hoe zag het huis eruit? Waarvoor werd het gebruikt? Wanneer is het gebouwd of verbouwd?
De Woningwet van 1901 schreef voor dat van toen af elke gemeente in Nederland een bouwverordening moest hebben. De naleving was het werk van de dienst Bouw- en woningtoezicht. Voor het bouwen of verbouwen van een huis moest een bouwvergunning worden aangevraagd bij Burgemeester en Wethouders, waarbij een bouwtekening moest worden ingeleverd. Deze bouwvergunningen en -tekeningen zijn bij het Gemeentearchief op microfiches te raadplegen. Voor Kampen gaat het om de periode van 1902-2001. Voor IJsselmuiden betreft het de jaren 1960-2003. De afdeling Bouwen en Wonen van de gemeente Kampen bezit ook een gelijknamige serie microfiches. Voor recente bouwvergunningen en -tekeningen van Kampen en voor de periode vóór 1960 wat betreft IJsselmuiden moet u met deze afdeling contact opnemen. U kunt in de alfabetische klappers van Kampen zoeken op straatnamen of op persoonsnamen over de periode 1902-1933. Vanaf 1934 kunt u alleen op straatnamen zoeken.
Na de cholera-epidemie van 1866 en begin van de twintigste eeuw zijn in veel plaatsen onderzoeken ingesteld naar woonomstandigheden door plaatselijke Gezondheidscommissies of Bouw- en Woningtoezicht. Soms zijn verslagen zo gedetailleerd dat er over allerlei woningen of straten gegevens te halen zijn. Zo zijn er in het Gemeentearchief staten aanwezig betreffende woningonderzoek en onbewoonbaarverklaring van woningen in de gemeente Kampen over de periode 1912-1919.
Een onderzoek van een huis kan leiden tot de ontdekking dat er ooit een bedrijf gevestigd was. Vanaf 1795 dienden gevaarlijke of overlast veroorzakende bedrijven vergunningen aan te vragen, de hinderwetvergunning. Dat betrof lang niet alleen grote fabrieken, maar ook vele werkplaatsen van kleine ambachtslieden. In de periode 1824-1875 was het verlenen van die vergunningen een provinciale aangelegenheid, na 1875 werd het een zaak van de gemeente. Deze hinderwetdossiers met tekeningen zijn erg informatief. Het verzoek moest met tekeningen van het apparaat en plattegronden van de inrichting van de werkplaats (vaak in het hele huis) worden toegelicht. Daarnaast zit er in elk dossier een uittreksel uit het kadaster van alle omwonenden en een rapport van hun eventuele bezwaren. U kunt in Kampen via de alfabetische klappers op straatnamen of persoonsnamen zoeken die al aanwezig zijn over de periode 1855-1954, waarbij opgemerkt moet worden dat er tot 1875 alleen processen-verbaal aanwezig zijn.
Wie wil weten hoe de bewoners van een huis hebben gewoond, kan informatie vinden in boedelinventarissen. Een boedelinventaris geeft een overzicht van de bezittingen en schulden van een persoon en heeft de vorm van een lijst. De boedelinventaris bevat gegevens over vertrekken, meubels, kleding, gereedschappen en gebruiksvoorwerpen, sieraden, schilderijen, boeken en over de veestapel. Boedelinventarissen kunnen om verschillende redenen zijn opgemaakt. De meeste zijn opgesteld na een sterfgeval voor het beheer van een erfenis. Andere redenen zijn huwelijk (vooral bij huwelijkse voorwaarden, een volgend huwelijk met kinderen), scheiding (echtscheiding, scheiding van tafel en bed), faillissement en afstand van goederen (opname in een verzorgende instelling). Deze (boedel)inventarisaties zijn in Kampen ook in de notariële archieven terug te vinden en geïndexeerd over de jaren 1811-1895.
Vóór de invoering van het kadaster bestond er geen uniforme registratie van eigenaren. Het terugvinden van eigenaren wordt dan een stuk ingewikkelder.
Overdracht van onroerend goed kreeg vanaf 1560 pas rechtsgeldigheid na inschrijving bij het gerecht. Aan deze inschrijving was tevens een overdrachtsbelasting verbonden. In het Rechterlijk Archief Kampen (RAK) kunt u de transportakten ("oplatingen") zoeken. Deze kunt u daar tot 1811 terugvinden. De tekst van zo'n akte is vaak een standaardtekst. Een transportakte vermeldt de naam van de oude en nieuwe eigenaar, de aanslag voor de onroerend goedbelasting (de verponding), de koopprijs en een verwijzing naar het vorige transport, met datum. Wat helaas vaak ontbreekt is een verwijzing naar een notariële akte waarin de koop is overeengekomen of naar de veiling waarop dat gebeurde.
Deze geheven belasting op de opbrengst van onroerend goed geeft onder meer informatie over de namen van eigenaren, beroepen, soort onroerend goed met belendingen en de koopprijs.